Wanneer schijnbare uitersten elkaar ontmoeten

Een recente publicatie rond ‘Menselijke kracht in het recht’ (Prof. Dr. E. Lancksweerdt) onderzoekt in extenso het samengaan tussen (geaarde) spiritualiteit en het recht.

Deze publicatie vertrekt vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op het recht en de rechtspraktijk, waar het menselijke zelf een plaats krijgt – ontwikkeling van het menselijk potentieel – met speciale aandacht voor persoonlijke groei, samenwerking en creativiteit.

Aan de basis van deze nieuwe bezieling ligt een holistisch en positief mens- en wereldbeeld, en in het verlengde daarvan zijn juridische problemen niet alleen een probleem, maar ook een groeikans, een uitdaging om de vermogens die mensen in zich hebben aan te spreken en te ontwikkelen.

Een beroep doen op de kracht van mensen, over het aanspreken van de menselijke mogelijkheden in een juridische context, hierover gaat dit artikel.
Gaan recht en spiritualiteit samen ?

Spiritualiteit is voor velen een geladen woord omdat het refereert aan godsdienst en ideologieën. Waar heeft spiritualiteit en datgene wat ons overstijgt en verbind, een plek in een juridische context ?
Dit alles is afhankelijk van op welke manier spiritualiteit wordt gedefinieerd, en wat er wordt onder verstaan.

Prof. Dr. E. Lancksweerdt gaat in zijn boek op zoek naar een ‘geaarde’ invulling van het begrip spiritualiteit.
In een poging het geheel kort samen te vatten komt de auteur tot de volgende stelling :

EEN BEROEP DOEN OP DE KRACHT VAN MENSEN. OVER HET AANSPREKEN VAN DE MENSELIJKE MOGELIJKHEDEN IN EEN JURIDISCHE CONTEXT.

Auteur: Lancksweerdt E.

Elke levensfase wekt ontzag, omdat ze ons als mens in zijn ontwikkeling stelt voor de meeste vreemde keuzen en ervaringen, waarvan we de diepere laag en betekenis haast nooit wordt gezien op het moment zelf. Wat is de les die iemand mag en kan leren in de ontmoeting van de ander, de emotie die ons overspoelt, of in de bijzonderheid van een gebeurtenis die ons overkomt ? Het lijkt alsof we als mens niet willen niet zien, horen of nadenken over wat er met ons gebeurt in die omstandigheden van het makkelijke of pijnlijke van een ontmoeting of gebeurtenis.
Is er een andere manier van de dingen te bekijken anders dan vanuit onze boosheid en irritatie en vast te lopen in het beschuldigen van anderen, het aanwakkeren van conflict en het vergroten van onze eigen innerlijke onvrede ?

De meesten van ons weten wat hen gelukkig maakt en ervaren ook deze momenten van stilte, vrede en geluk. Het overkomt ons als mens nogal vaker wanneer we aandacht besteden aan de noden en behoeften van ons eigen lichaam aan verstilling, vrede en liefde. Wie wil er niet graag gezien worden, de rust van de stilte ervaren, en de vrede te ervaren dat ik elke activiteit die wordt uitgezet het welbehagen in het eigen lichaam aandacht krijgt. Zijn deze momenten niet veruit het meest makkelijk te pakken op vakantie waar er zelf al de nodige rust, kalmte er verstilling is die ons in vervoering brengt voor wat ons als mens het eerste raakt. Het contact en de verwondering voor de natuur, de zee, de bergen, ieder detail dat ons ontzag losmaakt voor de wereld waarin wij leven, en de vraag van waaruit dit alles – waarvan wij onderdeel zijn – is ontstaan.

Hoe komt het dat in de natuur, op vakantie, in de bergen, het makkelijker lijkt die momenten van geluk, rust en verstilling te kunnen pakken al was het maar voor een korte ervaring van een paar seconden ? Wat maakt dat die ervaringen door een diepe ademhaling nog meer wordt verstrekt alsof het gaat om de ‘her-inprenting’ van een lang verdwenen eenheidsgevoel. En hoe groot ook onze verwondering en aanvoelen van gelukzaligheid in die momenten, keren we algauw terug tot de orde van de dag. Het ervaren van geluksgevoel, de vrede en het eenheidsgevoel maken alweer gauw plaats voor de mechanische routines waarvan we ons zelf de meester hebben gemaakt, gedicteerd door de elementen tijd en benutting.

We maken zo weinig tijd om ons af te vragen waar het bijzondere van ons (mens-)zijn schuilt en of inderdaad datgene wat we doen niet anders is dan een reeks mechanische handelingen zonder diepere betekenis of zonder vooropgezet plan.
Onze intuïtie lijkt verloren en vervangen door een zekere gemakzucht en middelmatigheid om de potentie welke schuilt in elk ogenblik, elke ervaring, elke gebeurtenis te miskennen, ze zelfs niet meer te zien.
Wat zien dien ? Bestaat er dan zoiets als de universele wetten van deze wereld ? Is er iets wat ons ontgaat en wat je zou kunnen omschrijven als onze te leren lessen, zonder – de wellicht moeilijkere opstap – dit te verbinden aan iets dat ons overstijgt, iets trancendentaal zoals dat wordt genoemd.

Hoe zie, hoor of ervaar je je de mogelijks te leren les (van een emotie, situatie of ontmoeting) ? Is die er ?
Hebben we die weg alleen te gaan, of zijn anderen ons daarin voorgegaan, zodat we als mensen vragen kunnen stellen en op zoek gaan naar de ervaringen van anderen en die bereid zijn deze ervaringen met ons te delen.
Wat is het dat ons als mens zo overlaadt met angst, schaamte, te denken dat we niet belangrijk zijn en wat we doen er toch niet toe doet ? Welke wereld, welke leraars hebben ons dit negatief denken over onszelf en de wereld ingeprent. Hebben we zelf niet de ontvangen lessen opnieuw te ontrafelen om er onze eigen waarheid in te vinden en deze uit te spreken alsof het ging om het omarmen van een boom, geworteld in de aarde, en de armen uitgestrekt in een poging om met onze vingertoppen de hemel te raken.

Samenvatting:

Meer dan eens worden rechtsonderhorigen in de rechtsbedeling aangesproken op redelijkheid, doorzetting, samenwerking, creativiteit, empathie, wijsheid, moreel verantwoord handelen, menselijkheid.
Aldus ontstaat en groeit het concept «ontwikkelingsgericht recht» waaraan nood, maar waarbij dit begrip als dusdanig nog niet bestaat en waarbij de auteur hieraan invulling tracht te geven.
Dit concept zou volgens de auteur kunnen worden gebaseerd op inzichten uit de humanistische psychologie, die erop neerkomen dat de mens over een positief potentieel beschikt dat hij wil verwezenlijken.
Van de mens wordt verwacht dat hij dit potentieel zowel ten aanzien van zichzelf als ten aanzien van anderen aanwendt, met de nodige zin voor creativiteit.
Maar ook voor in de taak van de “jurist” zit het ontwikkelingsgericht recht vervat zowel in de relatie tussen de jurist en zijn cliënt of opdrachtgever.
De rechtsdomeinen waarbinnen dit ontwikkelingsgericht recht vooral tot uiting komt en zich zelfs nu reeds concretiseert zijn voornamelijk het strafrecht, het familierecht en het bestuursrecht.
De auteur vertrekt vanuit een zeer positief mensbeeld.
De mens begiftigd met talenten en mogelijkheden en de drang deze te realiseren.
De auteur gelooft dat voor zover de mens de mogelijkheden krijgt om het goede te realiseren, hij ook het goede zal doen, zich verder zal bekwamen en aldus zelfs nog beter worden.
Het recht is volgens de auteur een middel tot het bereiken van deze hogere doelstellingen.
Aldus wordt het rechtssysteem, meer dan een ordening (onder sanctie) van de maatschappij als antwoord op chaos, maar heeft het recht tot doel om het samenleven menselijker en menswaardiger te maken.
Deze publicatie vormt bijgevolg meer dan een interessante benadering en kijk op recht en rechtspraktijk.
Een aanrader !

LANCKSWEERDT E., Menselijke kracht in het recht. Een ontwikkelingsgerichte visie op het recht en de rechtspraktijk., Larcier, 2014, 331 pg.
www.ontwikkelingsgerichtrecht.be