Uit of in het beroep ?

Recht en spiritualiteit zijn twee begrippen die wanneer met elkaar gecombineerd, aanleiding geven tot gemengde reacties en houdingen. Het woord zingeving mag dan al tot wat minder terughoudendheid aanleiding geven, en meer uitnodigen tot debat, in de regel worden recht en spiritualiteit zelden met alkaar in verband gebracht.

Heel wat actoren in het recht stellen zich de vraag of het beroep verschillend kan worden benaderd ? Andere beroepsgroepen (bedrijfswereld, leraars, sociale sector, …) deden het voor en spelen intussen met concepten rond persoonlijke en professionele groei. De beroepsinvulling met hart en ziel is er geen onbespreekbaar of wereldvreemd thema meer.
Kan de juridische beroepsgroep worden benaderd vanuit drie wegen : de intellectuele, de emotionele en de spirituele ?
We kunnen er evenwel nog moeilijk aan voorbij. Deze drie wegen zijn verenigd in de menselijke persoon. Reduceer advocatuur bv. tot intellect, en advocatuur wordt koud en abstract, tot emotie en het wordt drama en narcistisch, tot spiritualiteit en het wordt wereldvreemd.

Tijdens een beroepscarrière in de rechtspraktijk maakt iemand een heel individueel en persoonlijk parcours door. Er is de voortdurende uitdaging om creatief met het materiaal om te gaan, om eerder de geest dan de letter van het recht te volgen. Veranderingen zijn evenwel steeds lastig tot stand te brengen in een conventioneel kader zoals het recht. Daarbij is onzekerheid noodzakelijk en onvermijdelijk. Het is belangrijk dat collega ’s bijgevolg steun kunnen zoeken bij elkaar om de zo gewenste verandering of andere manieren van kijken en handelen tot stand te brengen.

De praktijk van het recht richt zich zelden op de innerlijke wereld van de toegewijde actoren van het recht. Elk loopt zijn of haar eigen weg zonder daaraan veel ruchtbaarheid te geven. We zijn evenwel allemaal op de één of andere manier op zoek naar een trouwe metgezel op de innerlijke reis waartoe de beroepskeuze of beroepsomgeving uitnodigt. De wisselwerking tussen het innerlijk leven en de invloed daarvan op de wereld van de daad blijft in het recht te vaak verborgen.

Het vakgebied van het recht is zo groot en complex als het leven zelf. De vakmensen van het recht kennen nooit genoeg, al lezen en studeren zij onophoudelijk, de vakkennis blijft altijd ontoereikend. Bovendien zijn de cliënten die er bediend worden complexer dan het leven zelf. Om de cliënt te zien zoals deze werkelijk is en om verstandig met hen om te kunnen gaan, is een uitdaging van elke dag. Welke plek iemand ook inneemt in het werkveld van het recht, we drukken uit wie we zijn, elke menselijke activiteit komt immers voort uit het innerlijke van de mens in al zijn schakeringen van goed en slecht. Wat we ook doen, elke actie die we als actor van en in het recht neerzetten, is de spiegel van de ziel, de projectie van de gemoedsgesteldheid op de klant, het vakgebied en andere manieren van ontmoeten. De verwikkelingen in de buitenwereld zijn niet meer of minder de reflecties van het innerlijk leven.

Het is bijgevolg zoeken naar een werkvorm waarbij deze benadering ook ingang kan vinden in het recht, en waarbij alle betrokkenen in de rechtspraktijk het kader kunnen vinden om het innerlijke en uiterlijke landschap op elkaar af te stemmen.
Deze tekst wil een vraag aan de orde stellen over recht en spiritualiteit die in het publieke debat genegeerd wordt – zelf op de plaatsen waar de toekomstige actoren van het recht worden opgeleid en werken.