Naar een nieuwe advocatuur ?

Het imago van justitie en de advocaat is niet goed. Ook in andere landen kent de advocatuur een imagoprobleem. Nog steeds heeft de advocatuur een kwalijke reputatie.(1) Het blijkt meer dan een historische mythevorming ingegeven door angst. De advocatuur verliest marktaandeel.(2)
En bovendien zoals H. Lamon terecht opmerkt, lijkt het erop alsof de meerderheid van de advocatuur zich niet echt inlaat met de toekomst van het eigen beroep.(3)Er is een duidelijke noodzaak naar het hervinden van het menselijke gezicht van de advocatuur. Onder druk van het imagoprobleem zijn we verstrikt geraakt in een materiele organisatie van het beroep. De Orde staat voor belangrijke uitdagingen zoals de regeling van het zelfstandige statuut, de hervorming van de tucht, de samenwerking met de buiten het beroep staande personen, de advocatenakte, …
Er is een duidelijk streven naar output, professionaliteit en rendement; een meer commerciële instelling van het beroep lijkt de bovenhand te halen.

Er is evenwel behoefte aan bezinning over het beroep, zodat aspecten van menselijkheid, zingeving en spiritualiteit tot bloei kunnen komen.(4)
Ware kwaliteit

Ware menselijke kwaliteit van de advocatuur lijkt een abstract begrip dat ver van ons afstaat, maar uit eigen ervaring weten we heel goed wanneer het wel of niet aanwezig is.

De ware menselijke kwaliteit van de advocaat blijkt vaak uit de cliënten-verhalen. De kwaliteitsbeleving tussen advocaat en cliënt is niet louter gebaseerd op de materiele dimensie van ‘een gunstig vonnis’, professionele of juridische competenties. Er gebeurt iets bijzonder als deze dimensie samenvalt met het immateriële domein.(5) Vele uitspraken van cliënten verwijzen naar dit domein. ‘Ik voelde me gedragen door mijn advocaat’, ‘Hij gaf me vertrouwen’, ‘Hij heeft me verder doen kijken …’.

De essentie van deze impressie is professionaliteit met een menselijk gezicht. Daarbij is de menselijkheid geen instrument, maar een deel in zichzelf. Professionaliteit en spiritualiteit gaan hand in hand. Ware kwaliteit van de advocatuur is niet alleen snel herkenbaar en voelbaar. Elke dag worden ons oneindig veel kansen geboden om via de advocatuur de materiele dimensie te verbinden met de dieptelaag van het bestaan.
Het gaat om veel meer dan een louter samengaan van ‘legal skills’ en ‘cliënt care’.

Uitgangsvormen

Vraag is of we om ons heen een positieve ontwikkeling zien ? Wordt er binnen de advocatuur prioriteit gegeven aan het vormgeven van de menselijke kwaliteit van werk ? Zijn er niet meer indicatoren van een toenemende disbalans tussen ziel en zakelijkheid ? De advocaat als louter rationele probleemoplosser wars van elke niet juridisch relevante emotie ?(6)

Vanuit de groeiende belangstelling voor zingeving en bezieling in de maatschappij heeft er in de economische sector een overduidelijke verschuiving plaats op het niveau van het leiderschap. De intentie van modern leiderschap kunnen we ontlenen aan de bijvoeglijke naamwoorden die worden gebruikt voor nieuwe stijlen van leiderschap: bezielend leiderschap, waarde gedreven leiderschap en dienen leiderschap. Dienend leiderschap als een overtuigend tegengewicht van verdienend leiderschap, de exorbitante zelfverrijking van topmanagers. Dit exces van de overaccentuering van de materiele dimensie roept immers een steeds grotere aversie op.

Op het economische niveau van de beleidsvorming zien we bovendien in toenemende mate een holistische benadering, waarin aandacht is voor people, planet en profit. Een gezond financieel rendement is een vereiste om de continuïteit van een kantoor te waarborgen, maar het streven naar maatschappelijk rendement zou een evenredig belang moeten krijgen in de kadervorming rond het beroep.

En het juridisch veld ? De resultaten van de Justitiebarometer liegen er niet om, een gebrek aan menselijkheid wordt verweten aan het beleid en de actoren van justitie. Op het niveau van de advocaat-cliënten-relatie wordt nog steeds de nadruk gelegd op de objectiviteit. Voor een advocaat emoties en gevoelens tonen, samen nadenken over wat je bezielt als beroepsgroep, kritische vragen stellen over de zinvolheid van een traditionele beroepsinvulling, … het kreeg tot dusver geen aandacht. Het is verwonderlijk dat voor wat de advocatuur betreft er nog weinig bereidheid is om voorbij de functionele relatie te kijken en op een meer persoonlijke golflengte met elkaar samen te werken.

Ook op juridisch niveau dringt een holistische benadering zich op. Er is meer dan het recht alleen. De juridische gemeenschap staat voor de hernieuwde uitdaging van de maakbaarheid van de gemeenschap, waar er plaats is voor de mens in zijn conflict.(7 )

De rol van de advocaat en de verantwoordelijk van de cliënt in het conflict hebben een effect op de gemeenschap. Dit vormt het contextueel kader voor de holistische visie op het recht. Een dergelijke benadering omvat het potentieel van een dienende en helende sleutelrol voor de advocatuur in de gemeenschapsopbouw en het versterken van het vertrouwen in justitie en haar actoren.

Hindernissen en uitdagingen

Er is toch duidelijk een tweeledig beeld. Er zijn duidelijke uitingsvormen van positieve ontwikkeling enerzijds, waarin er meer ruimte en aandacht is voor de immateriële kant van de advocatuur. Het is treffend dat vele advocaten tijdens de opleidingen in het kader van de alternatieve vormen van geschillenbeslechting, uiting geven aan de noodzaak van een nieuwe invulling van de innerlijke visie en de verwachtingen tav. het beroep. Het verlangen naar een betere balans tussen ziel en zakelijkheid is alom aanwezig. Ook de noodzaak om de kleine en grotere problemen van onze wereld evenwichtiger te benaderen, is tot het ontwakende bewustzijn doorgedrongen.

Anderzijds is duidelijk dat de advocatuur zich moeilijk kan ontworstelen aan de dominantie van de materiele oriëntatie. Naarmate de onvrede toeneemt bij de rechtsonderhorige en in de eigen beroepsgroep, ontwikkelen zich beiden in de richting van hun eigen Verlichting.

Welke zijn dan nog de hindernissen ?

1. Onwennigheid en onervarenheid

Voor veel advocaten is het onwennig om te zoeken naar concrete vormen van bezinning, die aansluiten bij de actuele vragen van alledag. Er is weinig ervaring mee, er zijn nauwelijks instrumenten voorhanden en we botsen vaak tegen stereotype beelden van verdieping. Kortom, we willen ons wel bezinnen, maar dan met beide benen op de grond (mentaal en rationeel).

De begrippen menselijkheid, zingeving en vooral spiritualiteit bekeken vanuit de eigen beroepsinvulling roepen vaak basale emoties op. ‘Wat een gedoe, wat hebben we daar nu aan ?’ ‘Dat navelstaren leidt nergens toe, laten we maar gewoon weer aan de slag gaan.’

Een belangrijk deel van de weerstand ontstaat door het feit dat zulke begrippen geassocieerd worden met geïnstitutionaliseerde spiritualiteit of religie. Veel mensen hebben afscheid van de kerk genomen, omdat zij daar geen voedingsbodem vonden voor verdieping, verrijking en verstilling. Met de ontkerkelijking hebben we echter het kind met het badwater weggegooid. We vergaten dat de advocaat als mens in essentie een spiritueel wezen is. Ook in het werk. Immers, de ziel gaat mee naar het kantoor.

De innerlijke dimensie van het leven is verschrompeld, omdat we het veronachtzaamd en niet gevoed hebben. Een belangrijk deel van de onwennigheid en onervarenheid komt daaruit voort. Curieus genoeg kunnen juist de spirituele en religieuze tradities – die we in de ban hebben gedaan – ons de helpende hand toesteken. Dit vraagt de bereidheid om eventuele weerstand tegen de verstolde vormen, die spirituele en religieuze tradities door de eeuwen hebben aangenomen, te overwinnen en de rijkdom te ontdekken, die verscholen is in de tradities. Als de advocaat als mens deze hindernis heeft genomen en kennis maakt met nieuwe en oude vormen van bezinning, is de opluchting groot: ‘Het is helemaal niet zweverig, maar erg boeiend en nuttig.’

2. leren inspelen op de complexe en paradoxale realiteit

Het integreren van menselijkheid, zingeving en spiritualiteit in een door zakelijkheid gedomineerde werkcontext lijkt voor veel advocaten een onmogelijke opgave. Velen zien het als twee werelden die niet op elkaar betrokken zijn. Dit is de paradoxale werkelijkheid van leven en advocatuur.

Een paradox is een schijnbare tegenstelling die ons dwingt om zowel de tegengesteldheid te omarmen, als de verbinding te zoeken.

Vaak doen paradoxen zich voor als twee polen of uiteinden waartussen spanning bestaat, zoals bij de paradox ziel en zakelijkheid. Het getuigt van vitaliteit de spanning niet te ontlopen door zich te identificeren met een van de polen, maar een spanningsvolle tussenpositie te zoeken. Het is niet of-of, maar en-en.

Paradoxen vragen niet om een keuze voor een bepaalde en ultieme waarheid, het is voortdurend balanceren tussen polen, want daar is menselijke kwaliteit van werk en advocatuur te vinden. Het gaat immers niet werkelijk om tegengestelde zaken, maar om uitersten die op dieper niveau met elkaar verbonden zijn. In wezen gaat het om twee zijden van dezelfde medaille. Zo staat ‘krachtig sturen’ vaak tegenover ‘loslaten’. Het is boeiend om te zien dat als iemand durft los te laten er vaak richting ontstaat.

Het spel met de paradoxen vraagt om geestelijke rijpheid, gevoel voor nuance, het vermogen om spanning te verdragen, zakelijke alertheid, creativiteit en durf. Steeds meer advocaten bezitten deze kwaliteiten of willen ze ontwikkelen.
Vijf paradoxen

5 Paradoxen kunnen worden naar voor geschoven. Ook de advocatuur staat voor de opgave om juist ten aanzien van deze paradoxen de onwennigheid te laten varen en met durf en overgave te kiezen voor een spanningsvolle tussenpositie.

1. onafhankelijkheid versus gemeenschapszin

Groeiambities en de roep naar onafhankelijkheid zijn doorgaans ingegeven door zakelijke motieven en commerciële instelling. Het begrip onafhankelijkheid dekt echter verschillende ladingen, zo ook in dit kader. Onafhankelijkheid hoeft echter niet als gevolg te hebben dat men zich terugtrekt uit de gemeenschap.

Onafhankelijkheid heeft een relatie met de gemeenschap in de zin dat het een prikkelende boodschap kan hebben voor de gemeenschap. Niet alleen het maken van pragmatische keuzen staat voorop, doch ook het durven nemen van morele keuzen. In de eigen overtuiging staan als uitdaging voor de andere om op hun beurt zich te bezinnen over eigen keuzen en gedrag. De advocaat kan niet zomaar de belangen van zijn cliënt verdedigen ten nadele van het rechtstelsel, gemeenschap en samenleving.8

Uit de ervaring dat alles met alles verbonden is, dat elke handeling gevolgen heeft voor alles om ons heen, ontstaat het verantwoordelijkheidsbesef voor de advocaat. De consequenties voor de gemeenschap mogen niet worden veronachtzaam.

Advocaten moeten alsmaar vaker werken in groter wordende verbanden, die lijden aan sociale bloedarmoede. Het is niet meer vreemd in een kantoor te werken dat in meerdere landen correspondenten heeft. Deze schaalvergroting heeft de verhoudingen onder druk gezet. Het is onmogelijk om iedereen te kunnen overzien wat er gebeurt. Dit leidt tot fragmentatie, gevoelens van onveiligheid en gedrag dat is gericht op zelfhandhaving. Gemeenschapszin is echter drager van gezamenlijke bezieling en zingeving. Daar waar voor advocaten zich met elkaar zouden verbinden kan een vonk overslaan. Dat kan zowel het kantoorwerk ten goede komen als de arbeidsvreugde. Uitdaging om binnen grote organisaties te komen tot vormen van collegialiteit, die tot vruchtbare en open verhoudingen leiden.

Ook voor de individuele advocaat draait alles rond de ervaring van de ander; via de ontmoeting, in nabijheid en in aanwezigheid van de ander, keuzen maken. Het zoeken naar levenszin in eigen ontplooiing versus de maakbaarheid van de samenleving waarbij ook fair play en loyaal handelen als instrumenten tot bereik van die maakbaarheid kunnen worden ingezet.

2. volmaaktheid en onvolmaaktheid

Ook dit paradigma gaat uit van maakbaarheid. Deze doctrine overvleugelt het besef dat het leven niet volmaakt is. Hoewel dit in alle levensbeschouwelijke stromingen een centraal gegeven is, zijn we geneigd het binnen onze maatschappij en binnen onze kantoren te negeren. Crisis, frustraties, spanning en ongemakkelijkheid moeten verbannen worden, geobjectiveerd tot de juridisch relevante feiten, omdat we er liever niet mee worden geconfronteerd. Ontkenning van onvolmaaktheid leidt echter tot een krampachtige wijze van werken en samenwerken.

Geaarde spiritualiteit is het streven om zo dicht mogelijk bij de realiteit te leven. Dat was is onder ogen zien, een verhouding bepalen ten opzichte van de mysterieuze en volmaakte schoonheid van het leven, maar tevens ook een verhouding zoeken ten g.v. de schaduwzijden. Een spanningsvolle en eeuwige wisselwerking tussen het volmaakte (streven naar idealen en de gedrevenheid voor hogere doelen) en het onvolmaakte (beperkingen in tijd en energie, bittere kanten of verdrietige gebeurtenissen) is nodig voor een vitaal proces op kantoor of confraternele omgang, tav cliënt, tegenstrevers …. Voor levendigheid en creativiteit is een klimaat nodig, waarin de volmaaktheid en onvolmaaktheid gebroederlijk naast elkaar leven.

Zoals H. LAMON zeer terecht opmerkt zou dit zich voor een zichzelf respecterend kantoor moeten uiten in het aanvaarden van toevoegingen (pro deo’s).(9)

3. instrumentele professionaliteit en medemenselijkheid

Professioneel handelen wordt veelal in instrumentele vorm gegoten : een structuur, een procedure, een functieomschrijving, etc. Het gevaar van deze instrumentele professionaliteit is dat het de essentie blokkeert van het werken met en voor mensen: de wezenlijke ontmoeting en de kwaliteit van de relatie. In de relatie met cliënten en klanten gaat het niet alleen om functioneel handelen, maar ook om het wezenlijke contact van mens tot mens.

Professionaliteit krijgt een bijzondere kleur door zachte krachten, zoals mededogen, liefde, zorg en geduld. Voor advocaten kunnen deze krachten doorslaggevend zijn in de kwaliteit van de rechtshulpverlening. Menselijk contact wordt in veel gevallen niet meer gezien als voertuig van ware kwaliteit.

In een pluriforme samenleving kan er voor de advocaat geen recht bestaan een deel van je publiek te kwetsen door een gebrek aan medemenselijk en menswaardig voelen en handelen. Emojurist als spanningsvolle tussenpositie.

4. beroep en roeping

Advocaten beschouwen hun loopbaan ook meer als iets dat ze naar hun hand kunnen zetten. Carrièreplanning, het juiste curriculum opbouwen, kantoor- hopping zijn de normaalste zaak van de wereld. Met het juiste stappenplan kom je er wel.

Deze nadruk op zelfbeschikking staat in sterk contrast met het transcendente besef van roeping en bestemming. We hebben allemaal unieke talenten meegekregen, er is een bedoeling met ons leven, er is een weg die ik alleen kan lopen. Blijkbaar bepalen we onze levensweg niet alleen zelf, maar er is een zekere bepaaldheid die boven onze persoonlijke wil uitstijgt. Dit transcendente besef verwijst naar een transpersoonlijke wil, die voor iedereen een andere bron kent: God, universele wijsheid, etc.

De moderne advocaat heeft een ambivalente verhouding met het begrip roeping. Het vraagt een ontvankelijkheid voor hetgeen je in het leven te doen hebt. Gehoor geven aan een roeping vereist een passieve alertheid voor de innerlijke en uiterlijke vingerwijzingen. In dit subtiele proces valt niets af te dwingen, te forceren, te versnellen of te plannen. Het gaat hier om een bereidheid je af te stemmen op je plaats in het grotere geheel, het mysterie van het leven. Zodra een roeping gestalte krijgt in een beroep, wordt een advocaat juist aangesproken om zijn voile potentie in te zetten voor de realisatie van hetgeen hem zin in werk geeft. In de professionele carrière is het moeilijk een goede balans te vinden tussen passieve alertheid en actief

5. snelle oplossingen en trage vragen

De snelheid van het beroepsleven van de advocaat laat zich moeilijk combineren met het verlangen naar diepgang. Waar vinden we tijd om te reflecteren op de vragen die onder de oppervlakte sluimeren ? Deze bezinningsvragen zijn meestal geen gemakkelijke vragen, maar kwesties die je dwingen stil te staan en de tijd te nemen. Wat is de zin van mijn werk ? Hoe identiteit geven aan een kantoor ? Welke (gezamenlijke) inspiratiebronnen hebben we?

In de overvolle en snelle leef- en werkstijl van de advocaat komt dit type vragen niet of nauwelijks aan de orde. Stilstaan bij de reflectieve vragen vormt een belangrijke voedingsbodem voor de menselijke kwaliteit van werk. Stilstand is in dit geval vooruitgang, ontwikkeling. Dat besef dwingt steeds meer door, maar we worden tegelijkertijd bewust van ons ongeduld als het gaat om deze ‘trage’ vragen. We vinden de rust niet om een antwoord te laten rijpen door de vraag enige tijd in ons bewustzijn mee te dragen. Onze cultuur is immers ingesteld op instant-oplossingen: vandaag besteld, is morgen bezorgd. De nadruk wordt sterk gelegd op probleemoplossend gedrag.

Vooral advocaten beschikken doorgaans over voldoende competenties om de praktische en tastbare vragen adequaat op te lossen. Doelmatigheid en snelheid staan daarbij hoog in het vaandel.
Voor trage vragen zijn er geen snelle antwoorden voorhanden. Daarom is er een meer gedifferentieerde benaderingswijze nodig voor de verschillende vraagstukken die zich voordoen. De juiste benadering voor de trage vraag, roept om een gedurfde inbreuk op de cultuur van snelheid. Daarom kiezen sommigen voor een jaarlijkse retraite, sommigen voor enkele minuten stilte aan het begin van de vergadering en is er soms een stilteruimte in het kantoorgebouw.

De vragen naar verstilling en zin, hebben hun antwoord gevonden in uiteenlopende creatieve manieren van het invullen van het beroep waar professionaliteit en diepgang elkaar ontmoeten.(10)

TOT SLOT

Meer en meer komt het menselijke gezicht te voorschijn achter de materiele façade van de advocatuur.

Overwaarderen van financieel gewin voedt het besef dat zulks leidt tot verlies van zin en kwaliteit. Veerheuglijk is dat groeiend inzicht dat maatschappelijk en menselijk rendement net zo belangrijk zijn voor de vitaliteit van advocaat en de continuïteit van grotere kantoren. Het is een lastige opgave de materiele en immateriële kant van de advocatuur met elkaar te verbinden en om deze in evenwicht te brengen. Niet in de laatste plaats, omdat vaak gezocht wordt naar snelle en instrumentele oplossingen voor ontwikkelingen, die juist vragen om wezenlijke duurzame interventies.

Een bezinning op de paradoxale en complexe werkelijkheid biedt een eerste opening. Dan ontdekken we dat we ons vaak identificeren met een van de polen van de paradox, waardoor de andere pool wordt veronachtzaamd en verzwakt. Blokkades van een verdere ontwikkeling bevinden zich in de zwakste pool, die bijna altijd behoort tot het immateriële domein van het beroep. Ontwikkelingspotentie ligt verscholen in de trage vragen rond bv gemeenschapszin, onvolmaaktheid, menselijkheid en roeping. Advocaten staan voor de uitdaging om het immateriële domein te betreden, te leren kennen en in zeggingskracht te laten toenemen. Professionaliteit en spiritualiteit als onderdeel van een (immaterieel) ‘core business’ Alleen dan kan er weer een spanningsvol midden ontstaan tussen de polen van de paradox. Deze spanning is onontbeerlijk als bron van zin, creativiteit en verdere ontwikkeling van het beroep.

Jo J.M. VAN CAMPENHOUT Advocaat
Op de vooravond van Kerstmis 2005
Deze tekst werd o.m. gepresenteerd naar aanleiding van :
1) MEDIV Dag (Mediation instituur Vlaanderen), 29 februari 2008
2) Studiedag Collaborative Law : tussen bemiddelen en procederen, donderdag 23 oktober 2008, Provinciehuis Leuven

Noten bij de tekst :

(1) Aldus de resultaten van de Justitiebarometer.
(2) O.m. door de instroom van niet-juridische diploma’s in het juridisch veld en dit via de alternatieve geschillenbeslechting (zo bv bij bemiddeling, schuldbemiddeling, herstelbemiddeling, …).
(3) LAMON H., Een advocaat in de spiegel. Beschouwingen over balie en advocatuur, Die Keure, pg. V.
(4) Huidig artikel is geïnspireerd op en een hertaling van de aansprekende en praktische aanpak van Lenette Schuijt en Henk-Jan Hoefman in hun zoektocht naar de integratie van spiritualiteit en professionaliteit. Het vormde een uitdaging om hun inspiratie en ideeën toe te passen op de advocatuur. Het resultaat markeert de weg van ontwikkeling die voor justitie en advocatuur openligt en perspectieven biedt. Zie : HOEFMAN H. en SCHUIJT, L., Het menselijk gezicht van werk. De integratie van professionaliteit en spiritualiteit., ZINschrift 1, Uitg. Asoka, 143 p.; SCHUIJT, L., Met ziel en zakelijkheid. Paradoxen in leiderschap, Scriptum, Schiedam, 2003, 192 p.; SCHUIJT, L., De kracht van bezieling. Drijfveren van individuen en organisaties, Scriptum, Schiedam, 2003, 239 p.
(5) Kwaliteit kan zeer verscheiden worden gedefinieerd, gaande van een productgerichte definitie, over een klantgerichte, een productieprocesgerichte en de waardegerichte definitie. Zie Referatenboek advocatendag 23/05/2003 Integrale Kwaliteitszorg. Deze definities vallen samen met het materiele domein.
(6) LOTH, M.A., ‘De publieke verantwoordelijkheid van de advocatuur’, Advocatenblad, 2003, 27; LAMON, H., o.c., p. 68.
(7) De onderzoekers in het kader van justitiebarometer deden o.m. als aanbeveling tot verbetering van het imago van justitie en de advocatuur dat er meer plaats zou zijn voor de mens in zijn conflict. De rol van de advocaat en de verantwoordelijk van de cliënt in het conflict, hebben een effect op de gemeenschap, hetgeen het contextueel kader vormt voor de holistische benadering.
(8) Gerecht EG, 8 december 1999, T-79/99, r.o. 20.
(9) LAMON, H., o.c., pg. 76 voetnoot 203.
(10) KEEVA, S., Transforming Practices. Finding joy and satisfaction in the legal life., 1999, 231 p. Volgende invullingsvormen worden behandeld: ‘balanced’, ‘contemplative’, ‘mindful’, ‘time-out’, ‘healing’, ‘listening’ en ‘service’-practice