HULP VAN HET OCMW VOORTAAN STIGMATISEREND?
OVER DE OPNAME VAN HULPVERLENING DOOR HET OCMW  IN EEN GEGEVENSDATABANK.
VAN SCHULDINDUSTRIE NAAR BUSINESSMODEL. DATA = BIG BUSINESS!

 

Mr. Jo Van Campenhout
Advocaat bij de Balies van Brussel en Dendermonde
OPINIETEKST

 

Wat lang een taboe is geweest, nl. het aanleggen van een databank met de gegevens van de sociaal zwakkere in de maatschappij (vorm van uitgebreide kredietcentrale/ schuldencentrale) is thans een feit, en wel via een privé-initiatief buiten elke controle van de overheid om.

Het mag een opmerkelijk feit worden genoemd wanneer de hulpzoekende bij het OCMW thans voortaan zal worden gevraagd akkoord te geven om zijn gegevens te laten opnemen in een privé-databank.

De hulpverlening via het OCMW die kan bestaan in budgetbeheer, budgetbegeleiding of andere, zal met medewerking van het OCMW worden opgenomen in een databank uitgaande van één groot zelfde gerechtsdeurwaarderskantoor MODERO-ONE (www.modero-one.be)  Aan de hulp van het OCMW kleeft voortaan bijgevolg een stigma.

 

Financiële moeilijkheden zijn het laatste taboe. Niemand wil van zichzelf gezegd hebben het financieel niet goed te doen (vraag bv maar eens aan iemand naar zijn of haar (netto-)inkomen).  Het ligt niet anders voor de hulpzoekende die om de één of andere reden de hulp van een OCMW denkt te moeten inschakelen. Vandaar dat het opnemen van financieel gerelateerde informatie in een gegevenscentrale de volle aandacht van de overheid (dringend) verdient.

 

Het aanleggen van een gegevenscentrale gebeurt niet vanuit goedhartigheid (vanuit filantropie en of altruïsme). Een databank opzetten kost geld, en zonder terugverdieneffect, zonder achterliggend businessmodel, valt dit opzet financieel niet te begrijpen of te verantwoorden.

Een privé-initiatief tot het creëren van een gegevens-databank van en over de sociaal zwakkere en diens ‘schuldensituatie’ opgezet en gereguleerd buiten het toezicht van de overheid om, is iets wat veel (heel veel) vragen oproept. Economische logica ten koste van de economisch zwaksten?

 

Voortaan raadpleegbaar:
een risico-rating voor elke hulpzoeker bij het OCMW.

 

Wenselijkheid van een dergelijke databank – stigma en privacy

Het bijhouden van financieel gevoelige informatie is tot op heden steeds een groot aandachtspunt van de wetgever geweest. De regelgeving daar rond en de controle daarop is zeer groot. Niet alles wordt bijgehouden, en niet iedereen heeft toegang tot de bijgehouden informatie.

Denk daarbij aan ‘de positieve kredietcentrale’ bij de Nationale Bank; het ‘CBB’ (waar de berichten van beslag en collectieve schuldenregeling worden bijgehouden); het komende register voor collectieve schuldenregelingen (art. 1675/20 Ger.W.); etc.

 

De wetgever heeft bij een gevraagde ‘uitbreiding’ van de positieve kredietcentrale tot een schuldencentrale een probleem gezien omdat het bijhouden van zo’n financiële informatie onnodig stigmatiserend werkt en de privacy rond iemands financiële situatie grotendeels doorbreekt.

Zelfs de toelaatbaarheid tot een gerechtelijke collectieve schuldenregeling wordt niet gepubliceerd (behalve opname bij de voornoemde CBB en Nationale Bank).

 

Wat de wetgever niet wil/wilde, wordt thans opgezet door één gerechtsdeurwaarderskantoor die daarbij de hulp van alle OCMW ’s vraagt om de gegevens van een hulpzoeker beschikbaar te stellen.

De sociaal en financiële zwakkere persoon zal worden gevraagd akkoord te gaan om zijn informatie te delen op de gegevensbank MODERO-ONE.

Deze mogelijks stigmatiserende en financieel gevoelige informatie zal worden bijgehouden; de informatie wordt uit handen gegeven en een derde zal deze data bijhouden; andere derden zullen op hun beurt toegang hebben tot deze informatie. Hoe dit allemaal geregeld wordt en onder wiens en welke controle dit alles zal gebeuren is allerminst duidelijk.

 

De echte prijs van goedkoop: als het u bijna niks kost,
betaalt iemand anders wellicht het gelag.

 

Wie betaalt het gelag?

Zoals gezegd, data is big business. Het opzetten van een data-systeem kost al gauw een paar honderd-duizenden euro’s. Dit moet ergens worden terugverdiend.

‘Wie raadpleegt, betaalt’ lijkt een voor de hand liggend economisch principe. Een betalend abonnementssyteem of een ‘bijdrage’ per raadpleging staat in de sterren geschreven.

 

Er is echter nog een andere kost, nl. een maatschappelijke kost in hoofde van die hulpzoeker, te weten het stigma dat de hulpzoeker bij een OCMW voortaan dreigt op te lopen. Dat hij hulp van het OCMW inroept is één zaak, dat die hulpvraag in een voor derden beschikbare databank wordt opgenomen is een andere.

Het valt trouwens niet uit te sluiten dat deze databank rechtstreeks of via een omweg door een verkoper of dienstverlener wordt ‘ingelezen’, om te beslissen om met die ‘klant van het OCMW’ geen contract af te sluiten. Immers het feit dat iemand hulp van het OCMW ontvangt houdt een ‘rating’ (risico-analyse) in (gewoon al door de opname in het datasysteem) die een gevaar inhoudt dat de economisch zwakkere compleet van de economische markt wordt uitgesloten. Een verkoper en dienstverlener wil toch alleen graag contracteren met diegene die de koopwaar of dienst kan betalen!

 

#nietvoormeetelachen

 

Verdienmodel – big business

Hoe ruimer de bijgehouden data (hulp van OCMW plus schuldencentrale) hoe interessanter uiteraard. Verkoop en betalende raadpleging van deze data voor marketingdoeleinden of onderzoek valt immers ook niet uit te sluiten. Wie gaat betalen voor het bijhouden van deze gegevens op termijn? De deelnemende partners (OCMW’s)?

 

Nog veel interessanter voor een aanbieder van diensten zoals MODERO, is het feit dat hij voortaan zicht krijgt om zijn potentiële klant aan wie hij een minnelijke schuldbemiddeling (buiten controle door de rechtbank om) kan aanbieden. Ook dit gebeurt niet gratis!

De potentiële klanten stromen binnen en het OCMW brengt ze aan. Welke dienstverlener wil niet in in zo’n luxe situatie vertoeven?

Wie bij het OCMW zal deze data invoeren? Welke data wordt er door anderen (anders dan het OCMW) aangereikt? Welke data zal er worden meegedeeld? Hoe lang worden deze gegevens bijgehouden? Wie kan ze wissen en op wiens verzoek? Wie controleert dit alles? Wie kan bijsturen? Willekeur ?

 

Zal de hulpzoeker vrij zijn om te weigeren de informatie op te nemen, of koppelt het OCMW voorwaarden aan de hulpverlening indien gegevens niet aan het ‘data-systeem’ worden doorgegeven. Ook dit is allerminst duidelijk.

 

Wat een schat aan inkomsten als dienstverlener:
Zicht hebben op iemands schuldenproblematiek
en hem een betalende oplossing kunnen voorstellen.

 

Nood aan actie en alternatief

Armoede en schuldindustrie ze gaan niet samen. Ook niet via een op het eerste zich goed bedoelde opgezette datafabriek.

Het is juist, dat wanneer bekend is van iemand dat hij financieel zwak staat, dan hebben opeenvolgende dagvaardingen, betekeningen en uitvoeringen weinig zin. Het detecteren daarvan in een vroeg stadium kan een middel zijn om armoede-uitsluiting tegen te gaan, en om de kost van het innen van een schuld terug te dringen, maar dan graag via de bestaande en door de overheid en wetgever gecontroleerde systemen.

Het huidige CBB met de wettelijke waarborgen kan op die manier worden ingezet daar waar nodig. Het vraagt alleen van de politiek dat het beslist welke gegevens nodig zijn en op welke manier die binnen het CBB zullen worden bijgehouden en raadpleegbaar zullen zijn.

 

Dat daarbij wordt ingezet om vanaf het voornemen van een schuldeiser om te dagvaarden of een initiatief tot betaling te nemen, kan worden nagegaan of ‘kosten maken op het sterfhuis’ wel veel zin heeft, lijkt niet meer dan wenselijk.

Echter opnieuw opgelet! Een signaal dat iemand ‘financieel zwak staat’ houdt een rating in. Ook het feit dat iemand al in een schuldensituatie zit, of wordt geholpen door het OCMW, is een risico-afweging; indien voor iedereen raadpleegbaar dreigt het gevaar van economische en sociale uitsluiting.

Overheid – nationaal, regionaal of lokaal – denk na of u een dergelijk systeem wil? Alle goede bedoelingen ten spijt, laten zich bij dit privé-initiatief te veel vragen stellen die onbeantwoord blijven.

 

Dit is niet de paradigmashift waarop de sociale sector
en de hulpverlening op zitten te wachten!

 

De voorafgaande overwegingen geven voer aan de discussie die dringend nodig is rond efficiënt en ethisch minnelijk invorderen (zie bv. A.-L VERBEKE, ‘Efficiënt en ethisch minnelijk invorderen: een paradigmashift’, R.W. 2019-20, 803.).

Bekwame spoed is vereist om dit alles te bespreken op het niveau waar het thuishoort, nl. op de werktafel van de wetgever (met of zonder regering).

Wetgever/decreetgever leg vast wat kan worden bijgehouden en waar. Zorg voor handhaving en leg de contouren van minnelijke invordering dringend vast.

Maak een samenwerkingsmodel dat oprecht beantwoordt op de vragen van de hulpzoekende in een armoede- of schuldenproblematiek, met een gedeeld beroepsgeheim en een platform van informatie-uitwisseling en knipperlichten ingebed in het reeds bestaande door de overheid gecontroleerd systeem. Geen draak met een stigma.

Hulpzoeker kijkt uit uw doppen wie met
uw (financiële) gegevens aan de haal gaat!

 

Deze opinietekst kan je hier downloaden.