De hypothecaire schuld (lening) ontstaat op het ogenblik van de ondertekening van het contract, in casu voor de beschikking van toelaatbaarheid, waarbij de maandelijkse afbetalingen slechts een modaliteit of vorm van terugbetaling zijn.

Alle schuldeisers die op het ogenblik van de beschikking van toelaatbaarheid over een bestaande schuldvordering beschikken, ondergaan de gevolgen van de samenloop, zo ook de schuldvorderingen onderworpen aan een voorwaarde of een bepaalde termijn.

De schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging en de intresten geldt enkel voor de in samenloop zijnde schuldeisers en is niet van toepassing op boedelschulden.

De aangifte van de schuldvordering diende tijdig te gebeuren overeenkomstig art. 1675/9 Ger.W., hetgeen hier in casu niet het geval is, zodat deze schuldvordering niet opgenomen kan worden in het ontwerp van aanzuiveringsplan. Conform art. 1675/9, §3 Ger.W. wordt de schuldeiser geacht afstand te doen van de totale vordering voor zover de aanzuiveringsregeling niet zou afgewezen of herroepen worden.

De rechtbank zegt voor recht dat naar aanleiding van de beëindiging van de procedure door correcte uitvoering van een aanzuiveringsregeling de schuldeiser gehouden zal zijn handlichting te verlenen.

Dit geschil maakt een incident van de aanzuiveringsregeling uit zodat er geen rechtsplegingsvergoeding kan worden toegekend.

Arbrb Brussel 27 mei 2010 RV 09974B